Psittacula eupatria blue1

Psittacula eupatria: het blue-parblue (Aqua) mysterie

24/04/2026

Blauw, Parblue, Aqua, Turquoise. Vier fenotypes, één genetische familie bij de Grote alexanderparkiet en drie mutaties die het verschil maken.

Psittacula eupatria: het blue-parblue (Aqua) mysterie

Blauw, Parblue, Aqua, Turquoise: vier fenotypes, één genetische familie. Bij de Grote alexanderparkiet (Psittacula eupatria) kennen wij drie blauwmutaties die samen deze kleurschakeringen verklaren. Maar hoe zit dat juist?

In dit artikel zetten wij op een rij wat wij in ons laboratorium tot op heden hebben bevestigd, en we introduceren de gerichte DNA-analyses (in de volksmond "split testen") waarmee u als kweker onderscheid kunt maken tussen deze mutaties.

Waarom testen wij niet op kleur, maar op genotype?

Twee vogels die er visueel identiek uitzien, kunnen genetisch volledig verschillend zijn. Bij NeorniLab testen wij daarom niet op de kleur, maar op de specifieke genotypische variatie (in de volksmond "mutatie") die de kleur veroorzaakt.

Bij sommige soorten, waaronder de Grote alexanderparkiet, bestaan meerdere onafhankelijke mutaties die naar hetzelfde fenotype kunnen leiden. Fenotypisch herkent u het verschil niet. Genotypisch wel.

Hoe blauw en groen ontstaan

Bij papegaaiachtigen (Psittaciformes) wordt psittacofulvine aangemaakt, een geel tot rood pigment dat in het verenkleed wordt afgezet. In combinatie met de blauwe structuurkleur van de veren (een natuurkundig effect, geen pigment) levert dat de klassieke groene wildkleur op: geel pigment over blauwe structuur = groen.

Een blauwmutatie veroorzaakt een stoornis in het enzym dat psittacofulvine aanmaakt. Wij onderscheiden daarbij twee types. Een volledige uitschakeling van het enzym, Total Psittacine Reduction (TPR), leidt tot het volledig wegvallen van het gele pigment en geeft een echte blauwmutatie. Een gedeeltelijke uitschakeling, Partial Psittacine Reduction (PPR), geeft tussenkleuren zoals Aqua of Turquoise, vaak Parblue genoemd. Hoe het eindresultaat eruitziet, hangt mee af van de natuurlijke wildtype-kleur, de aanwezigheid van eumelanine en de veerstructuur.

Een blauwe Grote alexanderparkiet is dus een vogel waarbij dit enzym volledig is uitgeschakeld (TPR).

Wat is blue3 en waarom veroorzaakt het aqua?

Blue3 is de mutatie die in de volksmond "Aqua" heet, en waar de meeste misverstanden over bestaan. Wij hebben blue3 ontdekt toen wij Grote alexanderparkieten met het parblue fenotype analyseerden, de vogels die kwekers in de volksmond "Aqua" of "Aquablauw" noemen.

Een terminologische voetnoot.

De term "Parblue" is een verzamelnaam voor alle blauwe tussenkleuren tussen groen en volledig blauw. Die term klopt dus over soorten heen, maar welke genetische variaties eronder vallen, verschilt wel per soort. Bij de edelpapegaai (Eclectus roratus) ontstaat het Parblue-fenotype bij vogels met het blue1/blue2 genotype. Bij de Grote alexanderparkiet ontstaat het Parblue-fenotype bij vogels met het blue2/blue3 genotype, en wordt in het dagelijks gebruik vaker de term "Aqua" gebruikt. De fenotypische term reist dus wel mee tussen soorten, de genetica doet dat niet.

De geanalyseerde vogels met parblue-fenotype bleken alleen blue2 te dragen. Er moest dus nog een tweede mutatie zijn die het bijna volledige wegvallen van psittacofulvine verklaarde. Zo kwamen wij bij blue3 uit.

Alle ingestuurde referenties zijn genetisch terug te voeren op één enkele combinatie: blue2/blue3, compound heterozygoot. Fenotypisch zien al deze vogels er identiek uit. De term "Aquablauw" reflecteert precies de onderliggende genetica: Aqua is alleen zichtbaar in combinatie met een blauwvariant. Kwekers gebruiken "Aqua" en "Aquablauw" vaak door elkaar voor exact dit genotype.

Wat extra nuance.

Blue3 is een recessieve mutatie die enkel tot uiting komt wanneer ze gecombineerd wordt met een andere mutatie op hetzelfde gen (blue1 of blue2). Twee kopieën blue3 alleen (blue3/blue3) geven vermoedelijk gewoon een groene vogel. Fenotypisch gezien wordt Aqua daarom vaak als "incompleet dominant" beschreven, omdat het tot uiting komt in combinatie met een andere Blauwvariant. Op de dominantieschaal van wildtype naar Blauw zit Aqua daar net boven. Beide framings kloppen: genetisch is blue3 recessief, fenotypisch gedraagt Aqua zich bij combinaties met andere Blauwvarianten als incompleet dominant.

Benieuwd welk DNA in uw bloedlijn aanwezig is?

Vraag een gerichte DNA-analyse aan en kom alles te weten over het DNA van uw vogel

Blue1/blue3: Turquoise? En blue3/blue3: Groen?

We hebben tot op heden één Grote alexanderparkiet getest die genotypisch blue1/blue3 bleek, en die visueel een meer Turquoise fenotype gaf. Eén observatie is nog geen bevestiging. Of dit patroon consistent terugkomt, moet bijkomend onderzoek aantonen.

Blue3/blue3 hebben we tot nu toe nog niet opgepikt. Ons huidige vermoeden is dat een homozygote blue3-vogel fenotypisch gewoon Groen oogt, wat zou verklaren waarom wij ze in onze databank niet terugvinden. Verder onderzoek moet dit bevestigen.

Hebt u een koppel waarvan beide ouders drager zijn van blue3?

Wij staan open om die lijnen verder in kaart te brengen. Stalen van dergelijke koppels en hun nakomelingen mag u kosteloos bij ons insturen.

Wat betekenen blue4 en blue5 bij de Grote alexanderparkiet?

De genetische variaties blue4 en blue5 hebben we tot nu toe niet opgepikt bij de Grote alexanderparkiet. Ze zijn wél vastgesteld bij de Halsbandparkiet (Psittacula krameri), waar ze waarschijnlijk oorspronkelijk ontstaan zijn en worden daar benoemt als de blue1 en blue2 mutaties.

Wanneer wij blue4 of blue5 aantreffen in een bloedlijn die als Grote alexanderparkiet wordt gehouden, is dat een genetisch signaal van hybridisatie. Dat kan in gevangenschap of in het wild zijn gebeurd. Meer daarover leest u in onze blogpost over soortzuiverheid tussen Psittacula eupatria en Psittacula krameri.

Overerving: enkele voorbeelden van koppelingen

De blauwmutaties volgen een autosomaal recessief overervingspatroon. Een nakomeling moet twee kopieën van een mutatie erven (één van de vader, één van de moeder) om het fenotype tot uiting te brengen.

Enkele voorbeelden voor blue1, blue2 en blue3:

KoppelingNakomelingen
Split blue1 × split blue125% Blauw (blue1/blue1) · 50% split · 25% wildtype
Split blue1 × split blue225% Blauw (blue1/blue2) · 25% split blue1 · 25% split blue2 · 25% wildtype
Blue1/blue1 × split blue150% Blauw · 50% split
Blue1/blue1 × blue1/blue250% Blauw (blue1/blue1) · 50% Blauw (blue1/blue2)
Blue1/blue2 × blue1/blue225% Blauw (blue1/blue1) · 50% Blauw (blue1/blue2) · 25% Blauw (blue2/blue2)
Blue2/blue3 × blue2/blue3 (Aqua × Aqua)25% Blauw (blue2/blue2) · 50% Aqua (blue2/blue3) · 25% blue3/blue3 (?)

Wat dit u als kweker oplevert

Een gerichte DNA-screening op blue1, blue2 en blue3 zet uw kweekplanning op stevige grond.

Concreet:

  • U test alleen wat relevant is voor uw bloedlijn. Geen overbodige analyses op mutaties die er niet inzitten.
  • U stelt koppels samen met een voorspelbaar resultaat. U weet vooraf welk percentage van de jongen welk fenotype zal hebben, in plaats van kweekseizoen na kweekseizoen te gokken. Dat bespaart tijd én onnodige splits in uw kweekhok.
  • U voorkomt inteelt. Door te weten welke vogels kans-split zijn voor een bepaalde mutatie, kunt u gericht uittelen tegen wildkleur-vogels. Zo houdt u genetische diversiteit in uw bloedlijn zonder de gewenste kleurvariëteiten te verliezen.
  • U geeft uw kopers zekerheid. Elke geteste vogel krijgt een uniek NeorniLab-certificaat dat u bij verkoop meegeeft. Kopers kunnen het certificaat bij aankoop verifiëren via onze certificaatchecker. Andersom kunt u zelf, bij de aankoop van een vogel, de genetische claim van de verkoper laten bevestigen.

Benieuwd naar het DNA van uw vogel?

Contacteer ons!